Uit De Standaard 19/1/2017 Balans na 20 jaar verblijf co-ouderschap

Het aantal kinderen dat opgroeit in twee huizen, stijgt. Dat blijkt uit onderzoek van de KU Leuven.

meeste ouders denken dat co -ouderschap 50/50 regeling inhoudt. Ouders ervaren het als een recht waar ze voor moeten vechten.

Nochtans is 40/60 regeling niet minder gelijkwaardig. Het verandert niks aan de band ouder-kind.

Een op de vier ouders praat na hun scheiding echter nooit met elkaar over de kinderen. Een op de vier doet dat minder dan één keer per maand.

Het is blijkbaar heel moeilijk om partnerschap los te koppelen van ouderschap. Dat blijkt uit cijfers van onderzoekers van de KU Leuven. Zij maakten een balans op van twintig jaar verblijfsco-ouderschap in Vlaanderen.

‘Een op de vier ex-partners praat nooit met de andere ouder. Een op de vier doet dat minder dan één keer per maand’, zegt doctoraal onderzoeker Sofie ­Vanassche. ‘Slechts een op de vijf neemt de grote beslissingen over zijn kinderen samen met de ex-partner. Van samen opvoeden na scheiding is geen sprake. Dat was nochtans de bedoeling van de wetswijzigingen die het verblijfsco-ouderschap wilden bevorderen.’

Vanassche presenteerde de overzichtsstudie gisteren tijdens een hoorzitting in het Vlaams Parlement. Dat buigt zich over de vraag hoe de wetgever beter kan tegemoetkomen aan de realiteit van kinderen die in twee huizen wonen.

Sinds 2006 geldt het ‘gelijkmatig verblijf’ van de kinderen na scheiding als norm. Het aandeel kinderen dat in twee huizen opgroeit, is daardoor gestegen, van slechts 10 procent in de jaren 90 naar ongeveer een op de drie vandaag. Het is doorgedrongen tot alle lagen van de bevolking.

- de meeste kinderen verhuizen gemiddeld vier keer per maand. Bijna 1/3 kinderen wisselt minstens 8keer per maand 

- een pleidooi voor meer ondersteuning aan gezinnen na een scheiding